woensdag 8 augustus 2012

Interview with a dog

zondag 29 juli 2012

Leven als kat en hond ......

dinsdag 14 februari 2012

Botten- en gewrichtsaandoeningen bij jonge honden, zeg maar HD en ED

Botten- en gewrichtsaandoeningen bij jonge honden
Ondanks de vele röntgenopnames en de strenge fokselectie zijn er nog steeds botten- en gewrichtsproblemen bij jonge honden van de grotere rassen. Problemen als HD (heup dysplasie), ED (elleboog dysplasie)en SD (schouder dysplasie).
Waarom blijven deze problemen opduiken in foklijnen, waar ze al verdwenen zijn? Wat doen we niet goed? Moeten we ons misschien afvragen, of we in de verkeerde hoek aan het zoeken zijn? Moeten we ergens anders naar de oplossing zoeken?


Het originele artikel van Ian Billinghurst uit 2001
Zitten we wel op het goede spoor?
©Ian Billinghurst. Vertaling Ignit Bekken, oktober 2001.
Hebben we de verkeerde boom ontdaan van zijn bast?
Het antwoord is ja. De meeste honden die HD en ED of andere skeletaandoeningen krijgen, lijden aan iets dat voorkomen kan worden.
De grootste schuld kan in de schoenen geschoven worden van ondeugdelijke voeding en verkeerde lichaamsbeweging – en niet in die van slechte genen.
Dierenartsen hebben helaas veel meer vragen over deze aandoeningen dan antwoorden. Toch kunnen we meer antwoorden vinden als we er naar zoeken.
Ze zijn te vinden in de geschiedenis van de aandoeningen. Ironisch genoeg hebben deze oorzaken en oplossingen ons al tientallen jaren aangestaard, zonder dat we ze opmerkten.
We hebben klakkeloos aangenomen, dat slechte genen de oorzaak zijn van HD en ED. We gingen er van uit, dat we konden zorgen voor honden zonder gewrichtsaandoeningen - als we de slechte genen systematisch zouden uitsluiten van de fokkerij.
Alle pogingen om deze genen te laten verdwijnen, zijn mislukt – en niemand heeft zich ooit afgevraagd, welke genen we probeerden te vernietigen. Ze zijn nooit geïdentificeerd, omdat er nooit naar gezocht is.
Als we niet weten om welke genen het gaat, hoe kunnen we ze dan aanpakken?
Als we er wel in zouden slagen om ze te laten verdwijnen, zouden er dan eigenschappen kunnen verdwijnen die we er liever in houden?
Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij de groei van jonge botten.
Toch is in geen enkel HD en ED schema te vinden wat de hond te eten kreeg en hoeveel – en hoeveel lichaamsbeweging hij had tijdens de groei van zijn botten.
Dieet en voeding werden genegeerd, omdat we dachten dat het geen rol speelde bij de gezondheid van de botten. We dachten dat alle afwijkingen op de fotos werden veroorzaakt door slechte genen.
We hebben geen aandacht geschonken aan de biologische en genetische basiskennis, die ons kon laten zien dat slechte genen onmogelijk de oorzaak kunnen zijn.
Voeding en lichaamsbeweging spelen een cruciale rol bij de aanmaak van bottenweefsel. Er is actie en reactie tussen voeding en beweging - en de genen.
Bij elke hond met een skeletaandoening moeten we ons afvragen, wat de relatie is tussen genen, slechte voeding en verkeerde beweging.
Als voeding en beweging de belangrijkste bijdrage zouden leveren, zouden we - logisch gezien – deze factoren nader moeten bestuderen om tot een oplossing te komen.
Een kernvraag is, hoe lang onze honden al geplaagd worden door problemen met het skelet. Tientallen, honderden of duizenden jaren? Of is het een nieuw fenomeen?
Misschien verbaast het u, maar het is een product van de twintigste eeuw. Het verhaal begint met de plotselinge opkomst van heup dysplasie in de jaren 1930, toen het beschouwd werd als een zeldzame ziekte die tot dan toe onbekend was!
Tegen 1965 waren er wereldwijd 55 rassen met HD en ED. Nu zijn het normale problemen.
De hondenwereld heeft mogen meemaken dat deze en andere skeletaandoeningen zich in slechts dertig jaar hebben kunnen ontwikkelen van zeldzaam en onbekend tot normaal.
Rond 1950 werd standaard aangenomen dat de oorzaken van HD en ED gezocht moesten worden in de genetica. Deze standaard is nooit kritisch onderzocht, toen duidelijk werd dat alle schema’s om de genen te vernietigen, hadden gefaald.
Beide problemen zijn er nog – en net zo ernstig en wijd verspreid en onoplosbaar als toen.
Als deze aandoeningen er niet waren voor 1930, waar komen ze dan vandaan? Hoe komt het, dat ze er ineens waren en zich zo snel verspreid hebben? Waarom zijn ze nu normaal?
Biologische basiskennis vertelt ons, dat deze bottenvernietigende genen niet zomaar opduiken in het hondenbestand en zich als een wild om zich heen grijpend vuur konden verspreiden door de meeste rassen, vooral de grotere – in twee of drie decennia.
Ze moeten er altijd al geweest zijn zonder problemen te geven – tot 1930, toen ze zich konden manifesteren omdat veranderingen in de omgeving dat toestonden.
Wij dierenartsen waren niet bereid om deze mogelijkheid in de ogen te kijken. We hebben samen met de fokkers emotioneel en professioneel geïnvesteerd in de overtuiging, dat genen de oorzaak zijn van de botten- en gewrichtsproblemen van onze jonge honden – en daarom alleen ongedaan gemaakt kunnen worden door selectief te fokken.
We hebben een gigantisch bakbeest van een eliminatieschema ontwikkeld op basis van massale röntgenfotografie, twijfelachtige beoordelingen van de fotos en massale uitsluitingen van de fokkerij.
Helaas heeft dit bakbeest weinig vooruitgang geboekt, al is het tientallen jaren wreed tekeer gegaan en zijn de honden die er aan ten onder zijn gegaan, ontelbaar.
Wordt door het falen van het eliminatieschema uitgesloten, dat genen de oorzaak kunnen zijn van de botten- en gewrichtsaandoeningen? Helemaal niet.
De mislukkingen van de afgelopen vijftig jaar wijzen duidelijk naar omgevingsfactoren, die veranderden in de jaren 1930.
Door deze verandering kregen de genen de kans om zich te manifesteren.
Wat is er veranderd in de jaren 1930?
In de jaren 1930 veranderde de voeding van onze honden. Tot dan werden ze gevoed met een soort evolutionair dieet – echt eten en weinig granen. Dit werd in deze periode vervangen door gekookte granen plus vleesbeendermeel en kalksupplementen.
Er zaten geen rauwe, hele dieren inclusief hun botten en organen aan het nieuwe dieet – en vissen, vogels en planten, poep en aarde. Allemaal dingen die honden al miljoenen jaren hebben gegeten.


De dieetverandering vond plaats tijdens de toenmalige crisis. Hondeneigenaren zochten naar goedkope alternatieven voor het verse voedsel dat ze aan hun honden gaven.
Slimme zakenmannen zagen veel geld in de pet food markt. Ze hoefden alleen de etiketten van de voeders voor varkens, kippen en kalveren te veranderen en wat kalk bij de voeders te mengen.
Voor het eerst in de miljoenen jarenlange evolutie werden onze honden beroofd van hun verse, hele voedingsmiddelen.
Ze werden gedwongen om gedroogd voer te eten op basis van granen, vleesmeel en bottenmeel met door de mens gemaakt kalkmeel in plaats van rauwe botten.
Deze dieetverandering viel samen met veranderde opvattingen over lichaamsbeweging.
Deze twee zaken, vooral de dieetverandering, zorgden voor het ideale scenario waarbinnen bepaalde genen zich konden manifesteren in de vorm van skeletafwijkingen.
De moderne hondenvoeders hebben nog steeds dezelfde samenstelling. Aan de andere kant is er nu een grote stapel bewijsmateriaal, waaruit blijkt dat de veranderingen enorme ravage hebben aangericht in de botten en gewrichten van onze honden.
Vooral bij de grotere rassen, die door hun genetische opmaak extra gevoelig zijn voor de dieetverandering en de verandere opvattingen over lichaamsbeweging.
Het nieuwe zetmeeldieet, ontworpen voor de snelle groei en vetmesterij van consumptiedieren versnelde de groei en de gewichtstoename van onze pups.
Het vermogen van de jonge botten om zoveel gewicht te kunnen dragen, bleef achter. Door het zetmeelrijke voer ontstonden afwijkingen in de hormonen, die de bottengroei verder in de war stuurden.
Door de onbalans in de voedingstoffen, te weinig van dit en te veel van dat, en het verlies van beschermende voedingstoffen die alleen in rauwe voedingsmiddelen zitten, werd de ontregeling verergerd. Te veel onnatuurlijke kalk zorgde voor nog meer problemen.
Hier komt nog de extra lichaamsbeweging bij, die de zachte, slecht groeiende botten gedwongen moesten maken. Ze raakten getraumatiseerd en vervormden – de perfecte voorwaarden voor skeletaandoeningen bij jonge honden.
De problemen vielen vooral op in de grotere, sneller groeiende, slechter bespierde, dikkere, slecht gebouwde rassen.
Er zit meer achter HD en ED dan genetica! Als genen de wortel van het kwaad zijn, waarom zijn de pogingen om ze uit te bannen dan mislukt?
Het antwoord is simpel. We zijn er niet in geslaagd om het probleem op te lossen, omdat de genen er nog zijn.
Ondanks de vele jaren van niet fokken met honden, die misvormde botten lieten zien op röntgenfotos en alleen fokken met honden, die redelijk gezonde botten en gewrichten lieten zien, zijn de genen die de problemen veroorzaken, er nog steeds.
Hoe dat kan? Omdat de vraag om welke genen het precies ging, nooit is gesteld.
De genen die weg moeten, zijn bekend. Ze duiken op in de meeste documenten over heup en elleboog dysplasie, maar ze zijn nooit herkend als zodanig.
De genen die de aanleg voor skeletproblemen bij onze jonge honden bepalen, zijn de genen die de code dragen voor de grootte van het dier, de groeisnelheid, kleine spieren, vetzucht en tot slot de genen die de code dragen voor een slechte lichaamsbouw.
Zou het zo eenvoudig kunnen zijn? Ja, zo simpel en zo moeilijk kan het zijn. Het grootste probleem is, dat deze genen ook de codes dragen voor de specifieke eigenschappen van elk ras.
De genen die we willen verwijderen om het bottenprobleem op te lossen zijn precies dezelfde genen die we willen houden!
De meeste genen met een code voor skeletaandoeningen zijn genen die we niet moeten verwijderen, als we willen dat de rassen hun herkenbare vorm en eigenschappen behouden.
Hierdoor wordt elke poging waarbij gebruikt gemaakt wordt van een genetische oplossing, bij voorbaat vruchteloos.
We moeten terug naar de basis van de onderliggende oorzaken van het opdoemen van deze problemen in de jaren 1930. Deze factoren moeten teniet gedaan worden.
De sleutel tot het elimineren van skeletaandoeningen bij onze honden is te vinden bij de voeding en de lichaamsbeweging. Twee factoren, die fokkers en hondenbezitters zelf volledig kunnen controleren.
Onze honden moeten terug naar hun evolutionaire dieet en hun evolutionaire bewegingsregime. Het is van heel belangrijk om moderne voedingsmiddelen te vinden, die qua voedingswaarde gelijkwaardig zijn aan het evolutionaire dieet.
De evolutionaire voeding is gebaseerd op 50 tot 60 procent rauwe vleesbotten, 20 tot 30 procent rauwe, fijngemalen groente en fruit, tien procent orgaanvlees - zonder kalksupplementen. Samen met toevoegingen zoals kelp, lijnzaadolie, levertraan en yoghurt.
De voeding wordt in kleine porties gegeven, zodat de pups langzaam groeien volgens de voorschriften van de natuur. Ze moeten voldoende voeding krijgen om ongeveer 60 tot 70 procent van hun maximale groeisnelheid te kunnen groeien.
Lichaamsbeweging volgens de regels van de evolutie is van levensbelang. Botten die normaal belast worden, groeien normaal. Niet te veel belasting en niet te weinig.
De enige botvriendelijke lichaamsbeweging voor opgroeiende honden is SPELEN - veel spelen. Geen wilde spelletjes, maar spelletjes waarmee de pup ophoudt, als hij moe wordt.
Dat is de enige, toegestane beweging tot de botten volgroeid zijn – zoals voorgeschreven door de natuur, god en de evolutie.
De meeste pups ontwikkelen gezonde, stevige botten met weinig tot geen sporen van heup en elleboog dysplasie, als ze zo opgroeien. Toch zullen er altijd wel een paar zijn, die bottenproblemen krijgen.
De genen van deze pups manifesteren zich op een directe manier, ondanks de voeding en de aangepaste lichaamsbeweging.
Dan is het moment gekomen om dieren die deze genen bij zich dragen, uit te sluiten van de fokkerij.
Moeten er nog röntgenfotos gemaakt worden? Ja! De combinatie van fotos en deugdelijk management vergroot de mogelijkheden om gezonde pups op te kweken en om genen die direct verantwoordelijk zijn voor bottenproblemen, te verwijderen.
Zo blijven de meeste genen die bepalend zijn voor het uiterlijk en de rasgebonden eigenschappen bestaan.
In een notendop: de pup moeten langzaam opgroeien, slank gehouden worden, evolutionaire voeding eten met veel rauwe vleesbotten - zonder onnatuurlijke kalk.
De pup speelt alleen met even grote leeftijdsgenoten tot de botten volgroeid zijn. Zo worden de botten op een normale manier belast en kunnen ze normaal groeien.
Dit zijn de simpele, krachtige gereedschappen, waarmee de skeletten van honden al miljoenen jaren gezond gebleven zijn. Ze maken het mogelijk om de meeste bottenaandoeningen bij opgroeiende honden te voorkomen, ook al zijn er nare genen.
U, fokker, dierenarts en hondenbezitter – zit u op het goede spoor wat betreft de gezonde bottengroei van opgroeiende honden? Denk goed na, voor u de inhoud van dit stuk afdoet als onzin.
Gedetailleerde en educatieve informative over voeding en lichaamsbeweging volgens de evolutionaire principles is te vinden in mijn boek "Grow Your Pup With Bones".

maandag 11 oktober 2010

Weet je zeker dat je een pup wilt????

Wil je graag een pup, lees dan eerst dit even heel goed door.

Ga eens wandelen op straat met 1 arm zover mogelijk uitgestrekt en neem uw partner mee. Probeer na een aantal passen om je arm nog verder uit te strekken. Laat uw partner luidkeels blaffen. Zeg met een vriendelijke stem een aantal keren de commando's "foei" en "volg". Roep nu een aantal keren wat harder de commando's "foei" en "volg".

Schreeuw nu een keer "stop nu eens met blaffen en trekken", negeer de blikken van de voorbijgangers.

Koop wat koekjes en wat botjes. Stamp de koekjes fijn op de bekleding van uw autostoelen en ook in de achterbak. Gooi de botjes los in de auto.

Ga naar de kapper en vraag daar of je het vloerafval van de afgelopen week mee mag nemen. Strooi dit in grote hoeveelheden in de auto over de bekleding. Maak nu met modder nog een paar mooie afdrukken op de bekleding. Maak nu met een hark nog wat krassen op de buitenkant van de auto. Zo, perfect!

Bedek al je goede kleren met hondenhaar. Witte haren op donkere pakken, donkere haren op lichte kleding. Laat ook wat haar in je eerste kop koffie van de dag drijven .

Leg 's ochtends een klodder chocoladepudding op de vloerbedekking en ruim die niet op voordat je 's avonds thuiskomt van je werk .

Zet de wekker op middernacht, ga buiten in de regen staan en zeg: "Kom op, brave pup zijn, plasje doen, goed zo!" Ga weer terug naar boven en leg een zware zak aardappels op het dekbed en probeer weer onder de dekens te komen. Zet de wekker op half 6 en sla net voor je echt wakker wordt jezelf met een natte spons in het gezicht.

Schenk op diverse plaatsen een scheut koude appelsap over de vloerbedekking en ga in het donker blootvoets rondlopen.

Spring vlak voor het eind van je favoriete televisieprogramma uit je stoel en ren naar de deur, terwijl je roep: "Nee, nee! Dat moet je buiten doen!" Zorg dat je het eind van het programma mist.

Maak je klaar om weg te gaan. Probeer zo stilletjes mogelijk weg te sluipen. Loop tot halverwege het tuinpad, kom dan terug. Probeer het vijf minuten later nog eens. Ga maar weer terug. Zet de radio aan en maak kalmerende geluiden. Probeer het nog eens. Ga maar weer terug en bel je vrienden maar op of ze naar jou kunnen toekomen i.p.v. jij naar hen!

Als er visitie binnenkomt, laat deze op de bank gaan zitten en begin luidkeels te blaffen. Gooi gelijk een zak met aardappelen van 5 kg op hun schoot en wrijf meerdere malen met een natte spons in hun gezicht!

Draag een sok met een flink gat ter hoogte van je teen.

Ren met je blote voeten de sneeuw in om het tuinhek dicht te doen.

Doe een vangspelletje met een kletsnatte tennisbal.

Bewerk de poot van de eettafel met een schroevendraaier, je pup gaat er straks toch op kauwen.

Zorg dat je heel je huis mooi gepoetst hebt. Gooi een emmer met modder over je net gedweilde keukenvloer. Smeer de rest van de modder aan de zijkant van de keukenkastjes, van de koelkast en van de oven. Maak ook met modder een paar voetstappen op de vloerbedekking in de woonkamer en in de hal. Steek je vingers in een bloempot en veeg ze af aan de muur. Zo, hoe vind je dat het eruit ziet?

Laat je ondergoed op de vloer van de woonkamer liggen als er visite komt, dit is namelijk de tijd en plaats dat je pup dat ook doet.

Ga op je vrije zaterdagochtend vroeg uit de veren en ga een uur bij de hondenschool in de regen staan.

Pak een warm, zacht dekentje uit de kast en trek dit over je heen. Zo voelt het straks als je een slapende pup op schoot hebt liggen.

Nog geen zenuwinzinking? Ga dan gerust op zoek naar een pup!
_________________

donderdag 28 januari 2010

U WILT EEN LABRADORPUPPY….

Heel goed over nadenken

U wilt dus een labradorpup. Waarom speciaal een labrador? Natuurlijk is een labradorpup met zijn mollige lijfje en altijd kwispelend staartje om op te vreten. Zeker weten. Maar dat schattige pupje is al na een paar maanden uitgegroeid tot een slungelige puber. Vindt u hem dan nog steeds leuk? Ook staat de labrador bekend als een kindvriendelijke en gemakkelijke hond. Helemaal waar. Een goed opgevoede labrador is een fantastische kameraad voor het hele gezin, waar je lekker mee kunt knuffelen, wandelen en spelen. Maar die opvoeding gaat niet vanzelf. Daar moet je heel veel voor doen. Een labrador in huis brengt niet alleen maar plezier en gezelligheid, er zijn ook nadelen. Daar moet u van tevoren goed over nadenken.

Enkele belangrijke punten op een rijtje

- De basisopvoeding van pup tot volwassen hond duurt anderhalf - twee jaar, dat doet u dus niet even in drie weken vakantie. Het eerste jaar is best een beetje afzien. De eerste week komt u slaap tekort omdat de pup ’s nachts nog niet alleen kan zijn. Zolang hij niet zindelijk is, loopt u de hele dag achter hem aan. Uw labradorkleuter moet onder uw leiding de wereld leren kennen. Dat kost u elke dag zeeën van tijd. Verder is een jonge labrador onstuimig, zit vol streken en luistert soms voor geen meter en bijt tot overmaat van ramp in de handjes van uw kinderen die de pup dan toch niet meer zo leuk vinden. U zult dat met geduld en verstand in goede banen moeten leiden. Een puppycursus en een paar vervolgcursussen zijn daarvoor beslist nodig. Alleen door veel met hem bezig te zijn, bouwt u een band op met uw hond en wordt hij uw gehoorzame, trouwe maatje. Wilt u zoveel energie in uw pup steken?

- Ook als hij geen pup meer is, heeft uw labrador tijd en aandacht nodig. Een volwassen labrador is een sportieve hond die niet genoeg heeft aan drie keer per dag een blokje om. Hij moet minstens één keer per dag een half uur of langer los kunnen rennen op een veilige en verantwoorde plek. Een labrador is een echte gezinshond, daarom kiest u immers voor dit ras! Die kun je niet vijf hele dagen per week alleen thuis laten. Een labrador die te veel alleen zit, wordt een drukke, aandachtvragende, gestoorde neuroot. Niet de fijne, betrouwbare kameraad die u voor ogen heeft. Om die te krijgen, zult u elke dag gedurende het hele leven van de hond voldoende tijd voor hem moeten vrijmaken. Dat betekent 1 à 2 uur per dag met hem bezig zijn en dat 12 tot 14 jaar lang, elke dag, in de regen en in de sneeuw. Heeft u daar tijd voor en zin in?

- Labradors zijn viezeriken. Als ze de kans krijgen, duiken ze in iedere prutsloot of modderplas. Ze lekken na het drinken liters water over de vloer, waar ze dan gezellig doorheen lopen. Vervolgens duwen ze hun druipende snoet tegen je nette kleren of schudden zich vrolijk uit waarbij de spetters tegen de muren vliegen. Kunt u het zich voorstellen? Met een labrador in huis liggen er elke dag wel haren en zand op de vloer, maar twee keer per jaar is het écht feest. Dan laat zijn dikke dubbele vacht los en u wilt niet weten wat daar vanaf komt! U man gaat keurig in pak naar zijn werk en nog nèt voor vertrek loopt uw verharende labrador langs het been met de keurig geperste broek, vers van de stomerij. Leuk??? Een labrador brengt behalve een hoop gezelligheid, ook een hoop extra poetswerk met zich mee. Heeft u daar zin in?

- Verder kost een labrador behoorlijk wat geld. De aanschafprijs van een pup is op dit moment (2010) zo’n 900 - 1100 euro, maar daarna gaat hij nog veel meer kosten. Het begint al met de puppyuitzet: bench, mand, kleedjes, riem en halsband, voerbakken, speeltjes. Een zak brokken (15 kg) van goede kwaliteit kost al gauw € 67,50. Een puppycursus en later de vervolgcursussen kosten rond de 100 euro. En dan de dierenartskosten! Gaat u de hond verzekeren tegen ziektekosten? De pup moet nog een paar keer worden ingeënt en heeft wormkuurtjes nodig. Kassa! Een sterilisatie of castratie is al gauw een paar honderd euro. In ieder hondenleven komen wel eens ziekten en ongelukjes voor waarmee u naar de dierenarts moet en waar u dus een hoop geld aan kwijt bent. Het mag niet zo zijn, dat de hond geen doktershulp krijgt omdat u het niet kan betalen. Kunt u zich een hond financieel veroorloven?

- Ten slotte: heeft u er ook over nagedacht hoe uw leven er over een aantal jaren uitziet? Een labrador kan wel 12 tot 14 jaar oud worden. Past een hond straks nog in uw leven, als u misschien een jong druk gezin heeft of weer wilt gaan werken of juist van uw vrije tijd wilt gaan genieten en verre reizen wilt maken? Moet de hond dan weg? Herplaatsing is soms onvermijdelijk vanwege ziekte of echtscheiding, dus denk hier heel goed over na. Met de aanschaf van een jonge labrador neemt u een grote verantwoordelijkheid op u, een verantwoordelijkheid die pas eindigt aan het einde van zijn leven. Bent u bereid de komende 12 jaar of langer rekening te houden met uw labrador?

Als u over al deze zaken goed heeft nagedacht en u weet zeker dat u een labrador een fijn leven kunt en wilt bieden, dan kunt u de volgende stap zetten: op zoek naar een betrouwbare fokker.

OP ZOEK NAAR EEN BETROUWBARE FOKKER

Haastige spoed is zelden goed

De knoop is doorgehakt: er komt een pup in huis. De volgende vraag is: wanneer wilt u de pup in huis hebben? Natuurlijk ‘t liefst zo snel mogelijk. Maar verstandig is dat niet. Het is veel beter om u eerst goed te oriënteren. Wees kritisch, ook al betekent het dat u misschien een paar maanden moet wachten op uw pup. Uw labrador maakt de komende 12 tot 14 jaar deel uit van uw gezin, dan maken die paar maanden toch niet uit! Beter nu wat langer wachten op een verantwoord gefokt pupje, dan straks spijt van een overhaaste aankoop.

De meeste mensen willen een labrador gewoon als lieve, gezellige huishond. Maar misschien lijkt u het u ook leuk om eens een keer naar een show te gaan? Of wilt u bijvoorbeeld jachthondensport of behendigheid gaan doen? Dan moet u helemaal kritisch zijn en op zoek gaan naar een nest waarvan beide ouderdieren showkwaliteit hebben of uitblinken in de hondensport. De fokker moet die kwaliteiten wel kunnen aantonen met showuitslagen of werkdiploma’s.